Gompie de Grasvis,
Liep met haar nieuwe schoenen,
helemaal vanaf het strand,
in zee, tot aan het zeesterrenland.
Ze struikelde,
en viel,
niet op haar mondje.
maar op haar kontje.
Ze keek naar haar schoenen,
en zag het meteen,
op haar wang zat een blos,
aj, aj, een veter los.
Wat nu, zelf kan ik het niet,
wie moet ik strikken om
me te helpen,
misschien de schelpen?
Nee hoor, riep Zaza de Zeester,
Ik laat je onderwater niet stikken,
Ik heb vijf armen,
Om je veter te strikken.
Gompie, wil jij dan iets voor mij doen?
Mij optillen uit het water,
zodat ik misschien,
de sterren
aan de hemel kan zien.